De fietsverlichting werkt!
Deze opdracht illustreert deel 2 (Word elektrisch inspecteur – 1B) en deel 3 (Het onderzoek! – 1) van Hier brandt de lamp!
Doel van de opdracht
Enkele leerlingen van wie het fietslicht (voor- en/of achterlicht) niet (altijd) werkt, brengen hun fiets mee naar de school. Van elke fiets wordt uitgezocht waar het probleem zit. Deze zoektocht gebeurt aan de hand van een checklist.
Afhankelijk van de beschikbare tijd kunnen er meer of minder fietsen ‘behandeld’ worden. Het is ook mogelijk om de fiets op school zelf te herstellen.
Opgelet! Voor deze opdracht worden fietsen met dynamoverlichting gebruikt. Vraag dus aan de leerlingen om hun fiets alleen mee te brengen als die niet met een batterij werkt.
Tip: maak er een les van over ‘veilig fietsen’ en nodig eventueel een fietsenmaker uit.
Na de les
- weten de leerlingen dat elektriciteit kan worden opgewekt door een dynamo
- zijn de leerlingen vertrouwd met de werking van een dynamo
- hebben de leerlingen kennisgemaakt met de verschillende onderdelen van een stroomkring.
Dit hebt u nodig
- enkele fietsen met dynamoverlichting
- om te testen: een batterij van 4,5 V met flapjes (te koop in de supermarkt)
- om eventueel te herstellen:
- fietslampje voor 6 V en 0,4 A (te koop in de fietsenwinkel)
- fietslampje van 6 V en 0,5 of 0,6 A (te koop in de fietsenwinkel)
- een rubberen kopje voor een dynamo (te koop in de fietsenwinkel)
De checklist
(Tussen de verschillende puntjes van de checklist staan leerpunten vermeld. Die kunt u tijdens de opdracht zelf of achteraf vermelden.)
Vooraf: zet de fiets ondersteboven. Dat werkt gemakkelijker.
1a. Raakt het volledige kopje van de dynamo de band?
Laat de fietsenmaker de dynamo weer rechtzetten zodat het kopje de band weer
volledig raakt.
1b. Slipt de dynamo?
Vervang het rubberen kopje door een nieuw.
Leerpunt: de draaibeweging van het wiel wordt overgezet op de dynamo. Als de dynamo draait, ontstaat er een magnetisch veld en wordt er stroom opgewekt.
Als er onvoldoende contact is tussen het wiel en de dynamo, draait de dynamo niet en kan er geen stroom ontstaan.
2a. Zitten de draadeindjes vast aan de dynamo en aan de
lampen?
Maak ze goed vast.
2b. Zijn de draadeindjes roestig?
Wrijf ze schoon en maak ze goed vast.
2c. Maken ze ergens contact met het metaal van je fiets?
Zorg ervoor dat ze geen contact meer kunnen maken met het metalen frame.
Leerpunt: om het lampje te laten branden, moet je een gesloten stroomkring maken. Als een draadje niet goed vastzit, is de stroomkring open en brandt het lampje niet. Verroeste draadjes geleiden de stroom niet zo goed.
Als de draadjes contact maken met het metalen frame van je fiets, maak je kortsluiting.
3. Is het lampje zelf stuk?
Haal het lampje eruit en test het met een batterij. Deze test gebeurt als volgt:
- Gebruik de batterij van 4,5 V (met de twee flapjes).
- Druk het lampje met de onderkant op het kortste flapje.
- Zorg ervoor dat het langste flapje de metalen zijkant van het lampje raakt.
Brandt het lampje bij deze test niet? Dan is het lampje zelf stuk. Vervang het door een nieuw:
- voor het voorlicht: 6 V en 0,4 A
- voor het achterlicht: 6 V en 0,5 of 0,6 A
Leerpunt: de stroomverbruiker, de lamp, kan zelf stuk zijn. Dat ontdek je maar door het lampje in een andere gesloten stroomkring te brengen.
4. Is de dynamo zelf in orde?
Je checkt dit door een draadje van de dynamo op de dynamosteun te houden. (Maak
de steun vooraf proper en verwijder eventuele isolatie.) Draai het wiel. Zijn er
vonkjes? Dan is de dynamo in orde. Anders moet de dynamo vervangen worden.
Alternatief: ook met een multimeter kan getest worden of de dynamo nog werkt.
Leerpunt: een dynamo die werkt, produceert stroom als hij ronddraait. Je kunt eenvoudig testen of er stroom wordt aangemaakt: houd een draadje tegen de steun van de dynamo (het onderste gedeelte); zo maak je kortsluiting en wordt de stroom ‘zichtbaar’ door vonkjes. Geen vonkjes? Dan draait de rotor (die in de binnenkant van de dynamo zit) blijkbaar niet. (Zie afbeelding.)
Afbeelding
